Kunstvakopleidingen moeten worden beperkt

April 1, 2008

Minister Plasterk antwoordde op 27 maart in de Tweede Kamer op de vraag of kunstvakopleidingen niet strenger moeten selecteren dat hij geen ‘Sovjet-achtig beleid’ wil. Hij wekt daarmee de indruk niet dieper op deze materie in te willen gaan, terwijl het om een serieus probleem gaat.

De kunstensector onderscheidt zich in economische zin van andere sectoren door een chronisch overaanbod. Dit uit zich in structureel hoge werkloosheidscijfers. Uit internationaal onderzoek vanaf de zeventiger jaren kan afgeleid worden dat 75% werkloosheid eerder regel dan uitzondering is. Vanuit economisch perspectief is dat een bijzonder verschijnsel want volgens het marktprincipe zal overaanbod leiden tot prijsdaling die aanbieders uit de markt drijft. Op een lager prijsniveau zal vervolgens evenwicht tussen dit lagere aanbod en een vergrote vraag ontstaan. Deze marktdynamiek ontbreekt bij de kunsten waar het overaanbod onverminderd groot blijft.

Als oorzaak kan gewezen worden op een afwijkend behoeftepatroon bij kunstenaars. Bij hen is werk niet het middel ter verkrijging van inkomen maar een behoefte op zich. Zij zijn bereid daar een forse prijs voor te betalen in de vorm van bijbanen om in die behoefte te voorzien.
Dit axioma dat afwijkt van de traditionele neoklassieke economie, heeft verregaande gevolgen voor de bedrijfskolom, om te beginnen bij de opleidingen. Ieder jaar melden zich ongeveer 20.000 studenten aan voor voortgezet onderwijs op het gebied van de kunst terwijl de totale werkgelegenheid minder dan 100.000 is volgens recent onderzoek van het CBS. Het is evident dat de meesten geen reëel uitzicht hebben op een kansrijke beroepspraktijk. Aangezien het hier hoger beroepsonderwijs betreft, is er alle aanleiding hier eens nader naar te kijken, ook al omdat dit type onderwijs gemiddeld duurder uitvalt.

Van groot belang is de wijze waarop het ministerie de financiering van het kunstvakonderwijs regelt. Uitgangspunt is een accreditatiesysteem waarin artistieke criteria domineren. Aansluiting op de beroepspraktijk speelt veel minder een rol zodat kunstenaars worden afgeleverd die wel kunst kunnen maken maar niet weten hoe hiermee geld te verdienen.
Als een opleiding wordt goedgekeurd, en dat is de regel, dan kan het rekenen op een financiering die is gebaseerd op het aantrekken van studenten en het binnen de poort houden ervan.
Deze generaal door het ministerie toegepaste input- en throughputfinanciering staat haaks op de essentie van het kunstvakonderwijs. Daarin zou centraal moeten staan dat de student permanent aan de hoogste eisen wordt blootgesteld. In plaats van kunststudenten te leren hoe te overleven in de jungle van het overaanbod, worden zij gepamperd om zo de financiering van de opleiding niet in gevaar te brengen. Deze inputfinanciering heeft er onder meer toe geleid dat directies van conservatoria een opmerkelijke ondernemingszin hebben ontwikkeld. Het klassieke muziekonderwijs lijdt al geruime tijd aan een tanende belangstelling onder Nederlandse jongeren. In plaats van dat aanbod te verminderen is men in het buitenland studenten gaan werven die inmiddels ruim dertig procent van de totale populatie uitmaken. Aangezien deze studenten na hun studie huiswaarts keren, wordt hier feitelijk ontwikkelingshulp bedreven. Voorts stimuleert de inputfinanciering HBObesturen om nieuwe kunstvakopleidingen te starten omdat het met de vraag wel snor zit. Zo hebben we de afgelopen tien jaar vijf nieuwe opleidingen op het gebied van popmuziek kunnen begroeten en is het aantal toneelopleidingen verdubbeld door ingenieuze opwaarderingen van docentopleidingen. Het financieringsbeleid van het ministerie werkt daarmee het overaanbod van kunstenaars en een verdere ontwrichting van de arbeidsmarkt in de hand. De belangrijkste verdienste van het kunstvakonderwijs lijkt nu te zijn dat duizenden jonge mensen zich gedurende hun studietijd kunstenaar wanen om na hun afstuderen genadeloos kopje onder te gaan. Als de verantwoordelijk minister hiermee tevreden is, kan hij volstaan met een ongefundeerde verwijzing naar het communisme.

Comments are closed.