Wrecking Ball

February 24, 2012

is de titel van het nieuwe album van Bruce Springsteen. Er is een weldoordacht communicatietraject uitgezet in aanloop naar de lancering op 5 maart. De artiest heeft de Europese vakpers in een Parijs’ theater ontvangen voor een prelistening en conference. Dat leverde mooie verhalen op onder meer in Volkskrant en NRC. Daarnaast zijn verschillende media in de gelegenheid gesteld iedere dag een nieuw nummer van het album via hun website aan te bieden. Zo heb ik de afgelopen dagen de eerste vier nummers van de tracklist intensief beluisterd en groeide mijn betrokkenheid en nieuwsgierigheid.

Gisteravond laat verraste mijn stiefdochter mij met het hele album, uiteraard illegaal gedownload. Meewarig had ze mijn afluisterpraktijken per nummer op afstand gevolgd en besloten mij in een klap uit of in de droom te helpen. Deze goed bedoelde actie sorteerde vooral verwarring: enerzijds de instant bevrediging anderzijds de ruw verbroken spanningsboog en dat alleen nog maar vanuit het perspectief van de consument. Daarnaast het ongemakkelijke gevoel dat artiesten de zeggenschap over de verspreiding van hun creaties kwijt zijn. In het geval van Springsteen  is de financiele kant daarvan niet eens het ergste; bij hem geldt de nieuwe economische wetmatigheid dat albums vooral de functie hebben publiek naar optredens te lokken. Zijn tournees kennen een schaal waarop je inderdaad groot kunt cashen maar hij behoort tot een kleine superleague. In zijn geval telt vooral dat de zorgvuldig opgebouwde tactiek van ‘uitleggen en verleiden’ in de beste traditie van de Franse cultuurfilosoof Bourdieu wordt verstoord.

Overigens valt de schade bij mij mee. Ik vind het een meesterwerk omdat Springsteen zich wederom laat kennen als singer/songwriter die een geluid en duiding geeft aan de tijd en samenleving waarin hij leeft. Dat is voor mij het cruciale criterium ter bepaling van echte kunst.

Comments are closed.