Van wie zijn de reserves?

July 3, 2012

Die vraag staat centraal in een dispuut dat is ontstaan tussen het ministerie van OCW en kunstinstellingen die vanaf 2013 geen subsidie meer van dat ministerie zullen ontvangen. De instellingen stellen zich op het standpunt dat zij de reserves hebben verdiend en er dus over mogen beschikken. Zo wil het Theater Instituut Nederland met de reservering van 4 miljoen die zij hebben overgehouden aan de verkoop van hun pand, de collecties veilig stellen. Dansgezelschap Korzo wil de reservepot van 2 ton aanwenden om een dansfestival te organiseren waarmee een doorstart mogelijk wordt gemaakt. Er worden dus geen afvloeiingsregelingen mee gefinancierd maar artistieke doelen nagestreefd. De instellingen veronderstellen derhalve dat het ministerie daarmee accoord zal gaan.

Het ministerie redeneert anders: de reserves zijn gevormd door subsidies niet aan te wenden voor het aangegeven doel. Het is overgebleven en dient te worden teruggegeven. Met het collecteren van de reserves hoopt het ministerie een deel van de frictiekosten bij stoppende instellingen te kunnen betalen. Vanuit hun perspectief een redelijk standpunt.

Deze casus benadrukt de onduidelijkheid in financieringsstructuur en exploitatieverantwoordelijkheid bij gesubsidieerde kunstinstellingen. Toen ik in de jaren tachtig op het ministerie werkte, subsidieerde de overheid op basis van het exploitatietekort. Feitelijk was het ministerie daarmee eindverantwoordelijkheid voor de exploitatie en waren de directies van kunstinstellingen slechts procuratiehouders: zij mochten uitgaven doen binnen de door de overheid goedgekeurde kaders. In deze constructie is het normaal dat reserves terugvloeien naar de overheid.

Deze overheidsdominantie is mij altijd een doorn in het oog geweest en ik heb mij daarom ingezet voor invoering van budgetfinanciering: instellingen krijgen een budget van de overheid maar zijn zelf eindverantwoordelijk. Zij worden op deze wijze gestimuleerd meer ondernemend te opereren. Overschotten door kostenbesparing of extra inkomsten mogen de instellingen houden en aanwenden binnen de artistieke doelstelling. Iedereen was enthousiast en budgetfinanciering werd breed ingevoerd met als logisch gevolg dat reserves door de instelling mogen worden beheerd. Zo bezien zouden de instellingen het gelijk nu aan hun kant hebben.

Helaas heeft het ministerie enkele jaren geleden een adder in het gras verstopt. In de subsidievoorwaarden werd opeens opgenomen dat reserves geparkeerd dienden te worden bij de overheid en pas mochten worden aangewend door instellingen na goedkeuring van het ministerie. Daarmee werd de kern uit de budgetfinanciering gehaald. De kunstensector heeft zich hier niet tegen verzet terwijl daar mijns inziens alle reden voor was. Het gevolg is dat het ministerie nu in zijn recht staat met het opeisen van de reserves. Het is een dure les voor de kunstensector om zich meer te bekommeren om de financieringsstructuur.

Comments are closed.