De beleidsbrief van Bussemaker

November 4, 2013

krijgt bescheiden aandacht in de media. De minister kondigt aan dat bij toewijzing van subsidies voor de komende planperiode van 2017 tot 2020 meer gewicht moet worden toegekend aan de geleverde prestaties en minder aan de plannen. Dat lijkt me volkomen terecht maar of het tot veel verandering zal leiden, is maar zeer de vraag. Niet voor niets meldt de minister terloops dat over de laatste 15 jaar er nauwelijks wijziging in het gesubsidieerde bestand is opgetreden. Adviezen van de Raad voor Cultuur zijn natuurlijk altijd al sterk beïnvloed door de reputatie die de aanvragende instelling heeft opgebouwd. En als de minister dan ook nog aankondigt dat zij de criteria waarop instellingen worden beoordeeld in goed overleg met ‘ het veld’ zal gaan opstellen, is duidelijk dat de verandering gering zal zijn.

Mocht de minister serieus werk willen maken van een resultaatbeoordeling, dan verwijs ik haar graag naar het onderzoek dat wij twee jaar geleden hebben gepubliceerd over het functioneren van gesubsidieerde podiumkunstinstellingen. Daar hebben Volkskrant en NRC meer aandacht aan besteed dan aan de huidige beleidsbrief want er werd op basis van gedegen onderzoek een heuse ranking voorgesteld op basis van criteria die het ministerie al geruime tijd hanteert. De storm van protest uit de hoek van instellingen die er niet best afkwamen, was groot en voorspelbaar. Zou dat de minister en haar ambtenaren ervan weerhouden om dit instrumentarium toe te passen?

Comments are closed.